Organisch groeien en bestemmen met een globaal bestemmingsplan

Expertartikelen | 588 keer bekeken
Organisch groeien en bestemmen met een globaal bestemmingsplan

Het is onderhand een welbekende term in de ontwikkelingspraktijk; organisch groeien. Organische groei is kort gezegd het op kleine schaal ontwikkelen binnen een bepaalde structuur. Daarbij hoort een meer flexibele wijze van bestemmen in een bestemmingsplan. 

Het gehele bouwproces en de juridische aspecten en vormgeving ervan, zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk, wordt in een dergelijk organisch proces van groei over een langere periode gesmeerd. Hierbij blijft er veel ruimte voor een nadere invulling.

De Wet ruimtelijke ordening
De Wet ruimtelijke ordening (hierna afgekort Wro) laat organisch groeien tot op zekere hoogte toe. Er kan een zogenoemd globaal bestemmingsplan worden opgesteld dat later verder kan worden ingevuld door middel van een of meer wijzigingsplannen. De wijzigingsbevoegdheid is opgenomen in art. 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro. Daarin staat dat in een bestemmingsplan kan worden bepaald dat, met inachtneming van de bij het plan te geven regels, het college van burgemeester en wethouders, binnen bij het plan te bepalen grenzen, het plan kan wijzigen. De gemeenteraad en daarmee een democratische legitimatie van het plan, komt daaraan dus niet meer te pas.

Dat is een punt van aandacht, er worden immers ruimtelijke relevante besluiten genomen die velen binnen de gemeente aangaan en waarbij vele belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Een ander punt is dat  deze wijzigingsbevoegd naast flexibiliteit ook rechtsonzekerheid met zich brengt. In het globale bestemmingsplan moeten dan ook regels worden gegeven waarbinnen de wijzigingen kunnen plaatsvinden. Het college van B&W heeft zo geen carte blanche in handen waarmee de beletselen van een globaal bestemmingsplan vanuit het oogpunt van democratische besluitvorming en rechtszekerheid grotendeels worden ondervangen.   

De jurisprudentie
In de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (hierna afgekort: de Afdeling), komt met enige regelmaat aan de orde of de in het globaal bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid wel met voldoende objectieve normen is begrensd. Met andere woorden, is de wijzigingsbevoegdheid niet te ruim genomen waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt.

In een uitspraak van de Afdeling uit 2015* was er sprake van een globaal bestemmingsplan waarin een ruime wijzigingsbevoegdheid was opgenomen. Volgens appellant werd de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan met de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied" onvoldoende objectief begrensd. In de planregels is de bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied" […] geheel of gedeeltelijk te wijzigen in "Woongebied". Daarna volgt een aantal voorwaarden waarbinnen deze bestemmingsplanwijziging mogelijk is. Is deze wijzigingsbevoegdheid door voldoende objectieve normen te begrensd?

De Afdeling overweegt het volgende: "De vraag of een wijzigingsbepaling door voldoende objectieve normen wordt begrensd hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan de aard van de wijziging, de omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet en de aanleiding voor het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Onder omstandigheden kan voldoende zijn dat duidelijk is welke bij het plan gelegde bestemming in welke andere bestemming kan worden gewijzigd." In dit geval is deze bevoegdheid voldoende begrensd in de planregels.

In een andere, meer recente zaak**, oordeelt de Afdeling ook langs deze lijn. Er wordt daarbij ook een grens aangegeven voor het ‘objectief begrenzen’: “Van de raad kan niet worden gevergd om tot in detail te bepalen wanneer deze wijzigingsbevoegdheid kan worden toegepast, nu de raad bij de vaststelling van het plan niet de gevallen kan voorzien waarin deze wijzigingsbevoegdheid zal worden toegepast.”.

Tot slot
Een voordeel van flexibel bestemmen met een globaal bestemmingsplan kan zijn dat de temperatuur in de snelkookpan, waarin partijen zich vaak bevinden bij een gebiedsontwikkeling, naar beneden wordt gedraaid. Dat kan geen kwaad bij ontwikkelingen of bouwprocessen die complex en ingewikkeld zijn. Behalve meer flexibiliteit zijn er ook mogelijkheden om te experimenteren met een langere looptijd van bestemmingsplannen onder de Crisis- en herstelwet. In de volgende bijdrage zal daar aandacht aan worden geschonken. Met name complexe, moeilijk van de grond te krijgen binnenstedelijke projecten kunnen met een meer flexibel bestemmingsplan mogelijk toch van de grond komen.  

Mr. Regina Koning


*ABRvS 18 februari 2015, zaaknr.201406981/1/R6, ECLI:NL:RVS:2015:494

**ABRvS 16 maart 2016, zaaknr. 201506805/1/R1, ECLI:NL:RVS:2016:710

Blijf altijd op de hoogte
Meld jezelf nu aan voor de RenovatieProfs nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.


Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de nieuwsbrief van Renovatieprofs en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren