Gevelbehandeling: een kwestie van details (2)

Expertartikelen | 1449 keer bekeken
Gevelbehandeling: een kwestie van details (2)

In mijn eerste bijdrage over dit onderwerp heb ik enkele details gesignaleerd die aan de orde komen bij gevelbehandeling. Uit de reacties – waarvoor ik u zeer erkentelijk ben – is gebleken dat er behoefte bestaat aan méér informatie. Ik wil hier graag aan tegemoet komen en ben voornemens hier een vervolgserie van te maken.

Taalkundige verschillen
De helaas overleden dichter en docent Nederlands, Driek van Wissen (1943-2010), heeft ooit eens opgemerkt dat de taal het voertuig is van de geest. Tijdens een ontmoeting met hem heb ik daar aan toegevoegd, dat we voor een succesvolle dialoog dan wel in hetzelfde voertuig moeten zitten. Ook op het gebied van gevelbehandeling willen er door taalkundige verschillen van inzicht nog wel eens problemen ontstaan.

Laten we het bijvoorbeeld eens hebben over een beschermende, waterafstotende behandeling die nog wel eens wordt toegepast op met name uit baksteen opgetrokken gevels. Voor deze beschermende behandeling worden in de praktijk twee woorden gebruikt, te weten hydrofoberen en impregneren. In beide gevallen wordt hetzelfde bedoeld, maar toch willen er nog wel eens verschillen van inzicht ontstaan.

Wat ‘zegt’ Van Dale over beide woorden? 
Impregneren: (een poreuze vaste stof) doordrenken met een vloeistof om hem waterdicht, onbrandbaar enz. te maken
Hydrofoberen: waterafstotend maken: het hydrofoberen van gevels en muren

Juist om de noodzaak van een bepaalde indringdiepte te benadrukken, spreek ik het liefst over ‘impregneren met een hydrofoob (waterafstotend) middel’.

In een informatieflyer, uitgegeven door de OSB (Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten) – platform gevel, wordt gesteld dat Hydrofoob impregneren nuttig kan zijn in de volgende situaties:
- Vervuiling, vergrauwing, verwering tegengaan en/of vertragen, niet alleen bij nieuwbouw, maar ook na gevelreiniging.
- Vochtdoorslag tegengaan.
- Voorkomen van (zout)uitbloeiingen.
- Alg- en mosaangroei tegengaan/vertragen.
- Isolatiewaarde van de gevel verhogen.
- Als beschermende behandeling van een poreus buitenblad (buitengevel) in situaties waar de spouwgevels achteraf zijn geïsoleerd. Hiermee wordt voorkomen, dat een vochtig/nat klimaat in het toegepaste isolatiemateriaal, verzinkte spouwankers versneld doet dóórroesten.
- Aantasting van het voegwerk door (zure) regen tegengaan. Uit onderzoek is gebleken dat hydrofoob impregneren de levensduur van het voegwerk aanzienlijk vergroot.

Oppervlaktebehandeling
Het is mijn ervaring dat bij gebruik van het woord ‘hydrofoberen’ door de opdrachtgever niet direct wordt gedacht aan een behandeling met een dieptewerking. Het wordt gezien als een oppervlaktebehandeling. Het wordt in veel gevallen zelfs gezien als een behandeling die periodiek moet worden herhaald. Er wordt te veel gedacht aan een coating dan wel een deklaag. In al die gevallen wordt een oppervlaktebehandeling bedoeld, zoals het aanbrengen van verf of een anti-graffiticoating (in een volgende aflevering kom ik hier graag op terug).

Oppervlakte- of dieptewerking?
Bij gebruik van het woord ‘impregneren’ ligt de nadruk op ‘doordrenken’ om het waterafstotende effect te bereiken. We hebben het dan over een behandeling met een dieptewerking. In de afgelopen jaren ben ik veel waterafstotende behandelingen tegengekomen waarvan de verwachtingen, achteraf gezien, tegenvielen. Een ‘parelend’ effect wil niet zeggen dat het toegepaste middel de gevel is binnengedrongen.

Nader onderzoek wees in die gevallen uit, dat van enige indringdiepte geen sprake was. Het aangebrachte middel was inderdaad ‘aangebracht’ terwijl het er, afhankelijk van het type steen, een aantal millimeters moet intrekken. Bij een goede behandeling worden de poriën van de steen over een bepaalde diepte verkleind, waardoor water niet meer kan binnendringen, maar de gevel wel dampdoorlatend blijft.

Meten is weten
Bedacht moet worden, dat niet elk impregneermiddel geschikt is voor alle steensoorten. Een eenvoudige proef kan hierover uitsluitsel geven. Vooraf een steen testen is uiterst belangrijk. Een zorgvuldige impregneerbehandeling kan een hernieuwd vervuilingsproces langdurig vertragen en kan het binnendringen van hemelwater over een lange reeks van jaren tegengaan. Ik ken situaties waarin de kwaliteit, ook na dertig jaar, nog niet is afgenomen. Hoogstens wordt het middel aan het oppervlak door uv-licht na verloop van jaren afgebroken, maar de waterafstotende eigenschappen ín de steen blijven bestaan. Het resultaat kan worden getest d.m.v. het zogeheten buisje van Karsten (zie foto).

Waterbasis
In situaties waar een impregneerproduct op waterbasis is aangebracht, moet men zich realiseren, dat een eventuele herhaling met hetzelfde middel niet het gewenste resultaat biedt. Het middel zal immers door de eerdere behandeling worden afgewezen omdat het water bevat!

Impregneren of hydrofoberen? U mag zelf kiezen. Als inmiddels maar duidelijk is geworden waar op moet worden gelet. Bedenk wel, dat alvorens tot zo’n behandeling wordt overgegaan de gevel in goede staat moet verkeren en dat men door een waterafstotende behandeling van slecht voegwerk geen goed voegwerk kan maken.

Henk Mulder

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de nieuwsbrief van Renovatieprofs en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (11)

Reageren
  • Dick van der Wielen
    15.04.2016 - 16:26 uur | Dick van der Wielen

    Hierbij nog een reactie op de reactie van dhr. Loek van der Klugt.
    Mijn ervaring is, dat ook wordt gehydrofobeerd wanneer het voegwerk niet helemaal in orde is. Bij wat oudere gebouwen, die oorspronkelijk waren uitgevoerd met een snijvoeg, die inmiddels is verweerd, wordt vaak besloten niet opnieuw een snijvoeg aan te brengen i.v.m. de kosten en de verweerde bestaande voegen te hydrofoberen. In mijn vorige reactie was ik niet helemaal volledig. Ik heb de ervaring, dat bij een (te) harde voeg niet alleen vorstschade kan ontstaan aan de voeg, maar ook aan de steen. Een andere ervaring bij monumenten (wanneer er gehydrofobeerd mag worden!) is, dat er in het verleden niet altijd vol en zat gemetseld is. Bij steens- of anderhalf steens muren worden vaak stenen gehakt om in het verband te komen. Wanneer er dan ook niet vol en zat is gemetseld, ontstaan er holle ruimten en een vochtbrug bij een gering scheurtje snel is ontstaan. Wanneer het omliggende metselwerk is gehydrofobeerd bij oudere gebouwen en er ontstaat op termijn weer geringe scheurvorming (dat kan gebeuren bij oudere gebouwen), is de vochtbelasting op die onderdelen juist hoog, met als gevolg lekkage.

  • Loek van der Klugt
    07.04.2016 - 14:47 uur | Loek van der Klugt

    Nu reageer ik op de reactie van Dick van der W.
    Natuurlijk ga je pas hydrofoberen als het voegwerk in orde is bevonden of alsnog gemaakt. De aanbeveling de voeg niet harder te maken dan de steen is echter wel wat kort door de bocht, nog afgezien van de vraag "Hoe meet je de hardheid van beide materialen?".
    Zo'n 15 jaar onderzoek bij TNO Bouw naar de kwaliteit van voegwerk met als onderliggende vragen 'Wat heb je nodig en hoe meet en realiseer je die zaken?' heeft uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van de voeghardheidsmeter en de daarmee samenhangende voeghardheidsklassen en hun toepassing. Dat alles vastgelegd in CUR Aanbeveling 61 'De kwaliteit van voegwerk in metselwerk'. Het mooiste van alles vind ik nog steeds dat daarop gebaseerd een vakopleiding 'Voegwerk' is voortgekomen. Daaraan bestond grote behoefte! Zie www.bga-nederland.nl.
    Terugkomend op het hydrofoberen: De toepassing van de voeghardheidsklassen is vrijwel uitsluitend gericht op de regenbelasting waaraan het metselwerk is of zal worden blootgesteld. De hardheid van de steen komt daarbij wel aan de orde, maar dan meer in termen van capillaire zuigkracht. Die regenbelasting, althans het effect daarvan op het degraderen van het voegwerk wordt door hydrofoberen zodanig verminderd dat in de aanbeveling wordt gesteld dat na deugdelijk (!) hydrofoberen met een klasse voeghardheid minder genoegen kan worden genomen.
    De vorstbestandheid van voeg- en metselmortel heeft in de genoemde onderzoekspeeriode ook heel veel aandacht gekregen. Daarbij is gebleken dat een dichte voeg nadelig kan werken, maar dat de hoofdoorzaak aan het uitvreizen van voegmortel in feite te wijten is aan de samenstelling van de metselmortel. Vorstgevoeligheid van de metselmortel wordt vooral bepaald door de capillaire zuigkracht van die mortel. Als de mortel meer zuigkracht heft dan de steen, dan is de kans op vorstschade aanwezig. Of die dan ook ontstaat, hangt dan weer in hoge mate af van het vochtgehalte van het metselwerk op het moment dat de vorstinvalt en dan ook nog hoe hard het vreist ... Ja, dat is een ingewikkelde materie. Kennis genoeg. Nu nog de toepassing daarvan!

  • Dick van der W
    05.04.2016 - 16:02 uur | Dick van der W

    Een paar overwegingen:
    Pas hydrofoberen toe bij een gevoegde gevel, dus vooraf het voegwerk in orde maken of geheel vernieuwen. Zorg dat bij het opnieuw voegen,
    dat de voeghardheid overeenkomt met de hardheid van de steen. tegenwoordig worden vaak voegen verdicht, zodat deze dan een grotere hardheid hebben. Wanneer voegen te hard zijn, harder dan de steen, kan vorstschade ontstaan, omdat er eventueel (zakwater), regenwater, achter de harde voeg blijft staan.
    Bij behandelde gevels, die op een termijn van 10 jaar nog eens behandeld moeten worden, kan als er dan ook nog gevoegd moet worden, het voegen een probleem zijn, omdat de voegspecie zich niet meer aan de vroeger gehydrofobeerde steen hecht.

  • wilko wolters
    05.04.2016 - 08:54 uur | wilko wolters

    Loek, bedankt voor je reactie! Ik kan me goed voorstellen dat dit het probleem is. Bedankt voor de reactie.

  • wiebren gras
    01.04.2016 - 17:51 uur | wiebren gras

    Weer een zeer interessant artikel. Onderkomens zijn het waard dat er met kennis van zaken over word gesproken en geschreven.
    Het probleem wat door de heer Wolters is gesignaleerd lijkt mij zeer interessant om eens te onderzoeken.

  • Loek van der KLugt
    31.03.2016 - 16:54 uur | Loek van der KLugt

    Ik reageer op het door Wilko Wolters gesignaleerde probleem van de, ondanks hydrofoberen, water doorlatende gevel van een geventileerde berging.
    Dat probleem is mij welbekend. De oorzaak is dat het daarbij om halfsteens metselwerk gaat en dat in combinatie met de ventilatie van de ruimte. Het echte probleem, respectievelijk de primaire oorzaak, zit hem vrijwel zeker in het slecht, nauwelijks of zelf helemaal niet met metselmortel gevuld zijn van (de) stootvoegen en de daarmee vaak samenhangende minder goede verdichting van de stootvoeg. De waterwerende behandeling heeft dan bij de stootvoegen onvoldoende weerstand tegen winddruk opgeleverd. Dat komt bij spouwmuren ook voor, maar het verschil met de berging is dat over het buitenblad van de berging de volle winddruk staat of - sterker nog - de winddruk op de gevel verhoogd met de onder onderdruk aan de lijzijde van de berging. Bij een normaal winddicht binnenblad van een spouwmuur is het drukverschil veel kleiner. Dat komt doordat de spouw als het ware wordt opgepompt, waarna er in die spouw een soort tegendruk ontstaat. Indirect bewijs voor de juistheid van deze verklaring vormt vochtdoorslag bij schoon metselwerk binnen. Zelfs zonder de buitengevel te behandelen, is het dan mogelijk het probleem te tackelen door het binnenblad aan de binnenzijde van pleisterwerk te voorzien, liefst voorzien van stevig behang ...
    In het gesignaleerde geval zou ik adviseren het metselwerk aan de binnenzijde van pleisterwerk te voorzien. Aan de buitenzijde mag natuurlijk ook ....

    Bij het overigens prima artikel van Henk Mulder zou ik willen opmerken dat een goed gekozen hydrofobeermiddel niet of in absoluut te verwaarlozen mate de poriën van steen of mortel vernauwt. Zo'n middel zal zich in niet meer dan een één of enkele molecuul dikke laag, respectievelijk lagen op de poriewanden afzetten. Je zou wel héél erg nauwkeurig moeten meten om de daardoor veroorzaakte grotere weerstand tegen vloeistof of gasstroming, dan wel (damp)diffusie te kunnen aantonen. Wat het hydrofobeermiddel doet, is het opheffen of afvlakken van de 'holling' van de meniscus, waarmee de capillaire zuigkracht van de poriën wordt verminderd.

  • Carola Peters
    31.03.2016 - 11:44 uur | Carola Peters

    Helder verhaal, Henk. Jammer alleen dat we dit nog niet tussen de oren krijgen van de woningeigenaren, en dat ook zelfbenoemde deskundigen niet verder kijken dan hun neus lang is. Isoleren die handel en een likje verf. Dan ziet het er toch weer prachtig uit? En niemand snapt waar jaren later die problemen vandaan komen.

  • E. Vermeulen
    31.03.2016 - 10:17 uur | E. Vermeulen

    Zeer interessante artikelen over de gevels. Ik volg het als schilder.Ook daarin wordt maar wat gedaan.
    Een emmer tex opentrekken en schilderen maar.
    Eerst reinigen, algen doden enz. enz. , nooit van gehoord.
    Hoe komt het toch dat de een zijn meterprijs veel hoger ligt? Ik ken iemand die het VEEL goedkoper doet.
    We wachten je volgende belevenissen weer af

  • E Knopper
    31.03.2016 - 09:43 uur | E Knopper

    Het geeft aan dat er verschillende redenen zijn van het ontstaan van vochtproblemen.
    En dat 1 oplossing niet voor ieder probleem geldt.
    De laatste regel vind ik fantastisch, door behandeling een slechte voeg niet ineens goed wordt!!!

  • m van den berg
    31.03.2016 - 09:38 uur | m van den berg

    Helder verhaal, Henk.

  • Wilko Wolters
    31.03.2016 - 09:18 uur | Wilko Wolters

    Deze theoretische benadering legt goed uit wat ermee wordt bedoeld. Echter heb ik in de praktijk een situatie gezien waar dit niet goed is gegaan en de echte oorzaak moeilijk is te achterhalen. Wellicht heeft u een idee.
    In een nieuwe aangebouwde garage is de buitengevel gehydrofobeerd. Nu blijkt er binnen een groot vocht probleem te ontstaan waardoor er plassen water weg gedweild worden om vocht af te voeren. De garage heeft een buiten klimaat en is geventileerd. Enig idee hoe dat dit mogelijk is?